MOLUKSE MIST

Het verhaal gaat dat het eiland Ambon haar naam dankt aan de mist die er vaak laag over hangt. Embun is oud-Maleis voor mist. Rond de afstammelingen van de bewoners van Ambon en de omliggende eilanden in Nederland lijkt de mist van waarheid en onwaarheid omtrent hun geschiedenis maar niet te klaren. Dat blijkt dezer maanden waarin herdacht wordt dat het 70 jaar geleden is dat de grote groep Molukkers naar Nederland kwam.
   Het eerste misverstand: volk in ballingschap. Met circa 12.500 mensen was het een grote groep voor het kleine Nederland, maar zij vormde slechts één tot twee procent van het Molukse volk dat achterbleef in Indonesië. Van een volk in ballingschap kan derhalve niet worden gesproken.
   De groep die hier is gekomen zou het leven niet zeker zijn op Java omdat de gezinshoofden als KNIL-militair aan de kant van Nederland hadden gevochten in de onafhankelijkheidsstrijd. Lijkt logisch dat zij daarom moesten vertrekken. In dezen blijft de NOS het woord collaborateur herhalen. Maar het is niet waar. Er hebben bijvoorbeeld veel meer Javanen aan Nederlandse kant gevochten. Deze colaborateurs mochten blijven en ook de Molukse militairen werd door Indonesië de mogelijkheid geboden om met pensioen te gaan of over te stappen naar de Indonesische strijdkrachten, zeker 2000 van hen hebben die kans gegrepen.


Maar Indonesië kon niet akkoord gaan met de eis van de laatste groep van 4000 KNIL-militairen om af te vloeien op de Molukken waar juist de RMS-opstand van voormalige collega's was neergeslagen. De groep van 4000 werd vertegenwoordigd door de eigen commissie Aponno, die via de rechtbank in Den Haag afdwong dat zij tijdelijk naar Nederland zouden worden overgebracht. Daarop volgde wat tegenwoordig het dienstbevel wordt genoemd om in te schepen. De communicatie was in die dagen slecht, de militairen op Java beseften niet dat hun eigen vertegenwoordigers dit hadden afgedwongen. Met het gevolg dat tot op de dag van vandaag de Nederlandse regering als kwade genius wordt gezien.
   Op de kade in Nederland of aan boord kregen de mannen te horen dat zij waren ontslagen. Dat onverwachte ontslag kwam als een klap en het was ook een hard gelag als je je leven in de waagschaal hebt gelegd voor de Nederlandse zaak. Wat zou er gebeurd zijn als die mannen gewoon in dienst waren gebleven? Ze hadden met hun gezinnen tussen de Hollanders gewoond, minder Nederlandse jongens zouden de militaire dienst hebben te vervullen. Prachtige oplossing voor velen. Helaas, ontslag. Maar hoe onverwacht kon dat zijn, bij de wetenschap dat het KNIL reeds in juli 1950 was opgeheven, een half jaar voor het vertrek?
   In Nederland werden de Molukkers ondergebracht in tochtige barakken van voormalige concentratiekampen. De kille ontvangst op zich een logisch gevolg van de woningkrapte in Nederland die dagen. Maar waar bijvoorbeeld de Indische repatrianten snel aan een gewone woning werden geholpen, bleven de Molukkers jarenlang wonen in die kampen. De mannen mochten niet werken, gezinnen kregen 3 gulden zakgeld per week. Een zelfbenoemde kampleiding besliste over het wel en wee. Die jarenlange frustrerende situatie van een al door WOII en de acties daarna zwaar getekende groep mensen versterkte het gemeenschappelijk gedragen trauma. Daar heeft de gemiddelde Nederlander geen weet van.


Menig Molukker wilde terug, want Nederland had toch gezegd dat het om een tijdelijk verblijf ging. Klopt, maar niet was voorzien dat Nederland natuurlijk niets meer kon inbrengen in zaken die nu de Indonesische regering aangingen. Indonesië stond trouwens open voor terugkeer van de Molukkers, mits die de Indonesische nationaliteit zouden aannemen. Een klein aantal is ook teruggegaan, de anderen weigerden die nationaliteit en konden dus niet terug. Die 'belofte' kon Nederland op geen manier inlossen. Hetzelfde geldt voor het laatste misverstand: de belofte van een eigen onafhankelijke staat. Om dezelfde reden, daar kon alleen Indonesië over beslissen. Daar komt bij dat Nederland die belofte nooit heeft gedaan, het is een geestesspinsel dat nog steeds voor waar wordt gehouden.
   Hoe nu verder? Wel, als de brief van de burgemeesters ertoe kan leiden dat wederzijds onbegrip en boosheid uit de lucht worden gehaald, niets mis mee. Maar waak ervoor de aloude misvattingen te herhalen. Dan loopt de herstelmachine onherroepelijk vast.


Herman Keppy in het onlangs verschenen Indies Tijdschrift 1, 2021.
Meer informatie: www.indiestijdschrift.nl

 

 

 

ZIJN JULLIE KERELS OF LAFAARDS?

Alweer anderhalf jaar geleden zag Zijn jullie kerels of lafaards het levenslicht. Het boek werd gepresenteerd in het Venduehuis der Notarissen in Den Haag en kreeg een warm onthaal in de media.


'Als er een monument moest komen voor al die Indische deelnemers aan de strijd tegen het nationaalsocialisme, dan heeft Keppy dat nu opgericht,' schreef John Jansen van Galen in Het Parool (23 november 2019).

 

Rob Hartmans voegde daaraan toe in het Historisch Nieuwsblad (mei 2020) 'Veel boeken over de oorlog vertellen een verhaal dat inmiddels wel bekend is. Dit boek voegt echt iets toe.'

 

Is begin november 2019 verschenen. 26 x 21 cm, 272 pagina's dik, met meer dan 250 afbeeldingen en vele ongelooflijke verhalen. Prijs € 29,95.

 

Meer...

 

 

 

Herman Keppy is de zoon van een Nederlandse moeder en een Molukse vader.
Hij geeft regelmatig lezingen, publiceert in diverse media en heeft meegewerkt aan meerdere boekpublicaties. Van eigen hand zijn vijf boeken verschenen:
De laatste inlandse schepelingen, Tussen Ambon en Amsterdam, Flat River Flamingo, Pendek en Zijn jullie kerels of lafaards?.

 

Meer...