OLYMPISCHE HERINNERINGEN

Ach, terwijl iedereen vreest voor het niet op tijd klaar zijn van de faciliteiten in Rio, en in Nederland wordt gerekend op medailles, kan ik het niet laten in de geschiedenis te duiken. Een serie anekdotes van vroeger.

 

 

VICTORIA MANALO-DRAVES 1948

Het verhaal gaat dat de jonge schoonspringer Victoria Manalo de toegang werd geweigerd tot de – blanke – San Francisco's Fairmont Hotel Swimming and Diving Club. We schrijven 1940 en zij is zestien jaar oud. Victoria's vader is een immigrant uit de Filipijnen. Maar als Vicky zich inschrijft onder de naam van haar moeder, Taylor, kan het kleine meisje met het grote talent plotseling wel worden toegelaten. Daarmee wordt zij in staat gesteld om veel en goed te trainen, en kan zij zich meten met de besten in het land.


Zij heeft zoveel succes dat zij in 1948 de USA vertegenwoordigt op de Olympische Spelen in Londen. Vicky draagt inmiddels de naam van haar coach en echtgenoot Lyle Draves. Zien we wel vaker in de sportwereld gebeuren tussen coach en pupil. Als eerste Amerikaanse schoonspringer ooit weet zij in Londen twee gouden medailles te winnen, en is daarmee tevens de eerste van Filipijnse afkomst ooit die in de medailles valt.


Op de foto staat zij op het podium in Londen tussen haar landgenotes Patsy Esner (zilver) en Zoe Ann Olsen (brons). Mooi ook het orkest achter het podium. Zouden zij nu drie keer hetzelfde volkslied hebben gespeeld? De trots van de Filipijne gemeenschap in Californië bereikt de gezegende leeftijd van 85 jaar, ze sterft in 2010. En het kan verkeren. Ter nagedachtenis aan het meisje dat vanwege haar achternaam ooit de toegang werd geweigerd tot een plaatselijke sportclub is er een stadspark naar haar vernoemd in San Francisco: het Victoria Manalo Draves Park.
 

 

WA-THO-HUK  1912

Jim Thorpe won goud op de pentathlon en decathlon tijdens de Olympische Spelen van 1912. De Zweedse koning was zo onder de indruk van zijn prestaties dat hij hem de hand schudde met de woorden 'You, sir, are the greatest athlete in the world", waarop Thorpe bescheiden antwoordde, 'Thanks, King'. Hij staat op de foto, genomen in Stockholm, met twee verschillende schoenen. Het originele paar zat niet lekker. Compromis was dat in zijn linkerschoen een extra sok moest.


Jim werd in Oklahoma geboren, pas elf of twaalf jaar na – zijn geboortecertificaat is nooit gevonden - de Slag bij Little Big Horn (1876). Dat is belangrijk om te noemen, want zijn andere naam was Wa-Tho-Huk (Lichtend Pad). Hoewel van gemixte afkomst werd hij beschouwd en zag hij eruit als een native American.


Thorpe was ook goed in honkbal, want enige jaren na Stockholm werden hem zijn medailles afgenomen. Een of andere pennelikker had 'ontdekt' dat hij voorafgaand aan de Spelen geld had ontvangen voor het meespelen in een honkballteam (het ging om 2 dollar per wedstrijd, toen ook al niet veel). Daarom gold hij als prof en had hij niet mogen meedoen aan de Spelen. Het moet een grote klap zijn geweest.


Thorpe werd vervolgens echt professioneel honkbalspeler (New York Giants), football player en ook verdiende hij een centje als basketballspeler bij het team, waar ik ook wel een balletje bij zou hebben willen gooien: The World Famous Indians. Maar het was geen vetpot, hij trouwde drie keer, had acht kinderen en toen kwam de crisis. Jullie raden het al: Jim Thorpe stierf in armoede in 1945, de laatste jaren van zijn leven een alcoholist.


Zijn weduwe hield toch een centje aan hem over want zij verkocht zijn lijk aan een plaatsje in Pennsylvania waar men zijn graf graag wilde hebben, in de hoop toeristen te trekken. Hoewel nakomelingen en native Indians in Oklahoma hem nu terug wensen, ligt hij daar nog steeds in het dorp dat na zijn komst werd herdoopt tot: Jim Thorpe.


O ja, en dertig jaar na zijn dood heeft het IOC 'the greatest athlete' officieel in ere hersteld en kreeg zijn familie de Olympische medailles terug.
 

 

BUSTER CHARLES 1932

Ashton Eaton won de decathlon op de Olympische Spelen van 2012 en is ook de komende editie de grote favoriet. Amerikanen hebben dit onderdeel altijd gedomineerd. Jim Thorpe was de allereerste winnaar in 1912. Bruce Jenner een andere grote bekende, won de gouden medaile op de Spelen in 1976 in Montreal. Ik heb getwijfeld om over Jenner te schrijven, die geschiedenisl is te weird. Toch maar niet, het verhaal van nu Caytlin Jenner over zijn/haar sekseverandering heeft overal in wereld breeduit in de media gestaan.


Dus maar opnieuw een native American uit de tipi getrokken. Alleen al, omdat de foto zo mooi is. Twintig jaar nadat native American (Sac en Fox-stam) Jim Thorpe de decathlon had gewonnen, leek opnieuw een native American het goud te gaan grijpen op de Olympische Spelen. Zijn naam: Wilson 'Buster' Charles, Jr.. van de Oneida, een van vijf Iroquoisstammen. Toevallig, volgens mij, altijd de fouterikken in de foute westerns die jongens als ik vroeger plachten te lezen.


Na de eerste dag en de helft van de onderdelen ging Buster aan de leiding, de Finse favoriet Akilles Järvinnen achter zich latend. De tweede dag echter verpulverde een andere Amerikaan, James Bausch, alle records. En Buster Charles liep een kuit- of enkelblessure op waardoor hij zelfs laag scoorde op zijn favoriete onderdeel, verspringen. Bausch, zoon van Duitse immigranten, won verrassend goud in Los Angeles in 1932, Charles haalde met zijn vierde plaats niet eens het podium.

 

Van zowel Bausch als Charles werd na 1932 nog maar weinig vernomen op sportgebied. Tsa, als je er niet van kan leven en dus een baan hebt, is het moeilijk in vorm te blijven. In navolging van Thorpe raakte Bausch op zijn oude dag verslaafd aan de alcohol, maar hij wist er toch nog vanaf te komen. Buster Charles heeft na zijn sportcarrière gewerkt voor een technisch bedrijf in Arizona en was 98 jaar toen hij in 2006 stierf.
 

 

GUNHILD LARKING 1956

De Sovjet Unie viel Hongarije binnen in 1956, daarmee een einde makend aan de hoop op democratie en vrijheid in dat land. Omdat de Sovjets die zomer ook zouden meedoen aan de Olympische Spelen in Melbourne, Australië, besloten drie landen om de Spelen te boycotten. Thuis bleven: Spanje, Zwitserland en jawel, Nederland.


George Silk, Nieuwzeelander en vermaard fotograaf van Life Magazine, was wel aanwezig. Hij had de Tweede Wereldoorlog van nabij en overal gefotografeerd – in de Noordafrikaanse woestijn, de Ardennen, de Pacific. Na die verschrikkingen was het tijd voor iets lichters, hij bekwaamde zich onder meer in de sportfotografie.


Toen hij zich in Melbourne bij het onderdeel hoogspringen opmaakte om de sprong van de Amerikaanse Mildred McDaniel te fotograferen, de latere winnaar, viel zijn oog op een andere deelnemer. Gunhild Larking uit Zweden concentreerde zich in alle rust op haar volgende sprong, en de camera van Silk bleef verdwaasd klikken. De redacteuren van Life begrepen wel waarom en gaven de foto's van de Zweedse alle ruimte in het blad. Ook al was zij slechts vierde geworden.


Meteen na de Spelen verdween Gunhild Larking uit het voetlicht. Ze was pas twintig, maar stopte resoluut met de topsport. Silk had haar wel al onsterfelijk gemaakt, de fotoreeks is een Life-klassieker geworden. In het echt leeft Gunhild ook nog, in Jönköping, als ik me niet vergis. Maar hoe het haar na de Spelen is vergaan? Mijn Zweeds is niet meer wat het is geweest, sorry.


Twee jongens van de zegevierende Amerikaanse basketballploeg op de Spelen van 1956 gingen trouwens een glanzende profcarrière tegemoet. KC Jones en Bill Russel zouden het komend decennium tot sterren uitgroeien in de kampioensteams van The Boston Celtics. En George Silk die naar de VS was verhuisd, heeft ze nog regelmatig gefotografeerd.

 

 

US BASKETBALL 1964

Al ontbreken de echte supersterren, het Amerikaans basketballteam is favoriet voor het goud in Rio. Maar de Europese landen, tegenwoordig ook met NBA-sterren in de gelederen. kunnen niet zo makkelijk worden weggecijferd. Al in 1964 in Tokyo ging het bijna mis met de USA tegen Joegoslavië. Met nog enkele minuten te gaan, was de voorsprong van de Amerikanen geslonken tot vier punten. Nooit had de USA een wedstrijd op de Spelen verloren. Het 'momentum' lag bij de Joego's. Toen ontwaakte George Wilson (staand, derde van rechts) en scoorde twee keer achter elkaar om de Amerikaanse overwinning veilig te stellen.

 

Niemand anders maakte het de Amerikanen verder zo lastig als de Joegoslaven. De rest van de Spelen was een formaliteit en het werd weer goud. Na de Spelen kozen de New York Knicks Jim Barnes (staand geheel rechts) als allereerste in de draft. Barnes, op dat moment dus het grootste talent ter wereld bleef maar één seizoen. Hij werd verhandeld en met de Boston Celtics behaalde hij het NBA-kampioenschap. Maar Bad News zoals zijn bijnaam niet voor niets luidde, kon de weelde niet dragen, kreeg problemen met drugs en zijn veelbelovende loopbaan raakte in het slop.

 

Ik heb hem thuis bezocht in Washington, DC, en die tragische gebeurtenis beschreven in mijn boek Flat River Flamingo: 'De grote man onderbrak het gesprek eenmaal, omdat hij zich plotseling iets herinnerde. Hij verdween in de slaapkamer en kwam trots terug met zijn Olympische medaille en NBA-championship ring van de Boston Celtics. Ik hield de bijna heilige voorwerpen in mijn hand en besefte dat het de enige dingen waren in het vrijwel lege appartement die restten van de carrière van de number one overall draft pick van 1964.'

 

Voor de basketball nerds: Bill Bradley (zittend in het midden) zou uitgroeien tot de meest succesvolle speler van dit Olympisch team. Speelde, toen Barnes al weg was, louter voor de Knicks. Na zijn loopbaan ging hij in de politiek, werd senator voor de Democraten. Tussen Wilson en Barnes staat Luke Jackson die werd gecontracteerd door de Philadelphia 76ers. Voor hen zit (geheel rechts) Walt Hazzard die naar de Los Angeles Lakers zou gaan. De sevenfooter links is Mel Counts die onder meer voor de Celtics en Lakers zou uitkomen.

 

 

CECIL HEALY 1912

Sport verbroedert, pleegt men te zeggen. Dat is waar en niet waar in het geval van Cecil Patrick Healy (Sidney, 28 november 1881). Cecil zwom met drie andere Australiërs op de 4 x 200 meter estafette naar een gouden plak op de Olympische Spelen van 1912 in Stockholm.


Hij zou zeker ook goud hebben gewonnen op de individuele 100 meter vrije slag, als de regels strak zouden zijn gehanteerd. Zijn Amerikaanse tegenstrever Duke Kahanamoku was namelijk gediskwalificeerd omdat hij door een fout van zijn coach te laat was komen opdagen voor een kwalificerende race. Sportief nam Healy het op voor Duke, en bepleitte een herkansing. De organisatie ging overstag. De Amerikaan won die race en later ook de finale, vlak voor Healy, die het met zilver moest doen. Waren er maar meer mensen zoals Healy, denn alle Menschen werden Brüder.


Zo was en is het niet. Twee jaar na Stockholm brak de Eerste Wereldoorlog uit. Mannetjesputter Cecil Healy meldde zich op 35-jarige leeftijd aan voor de militaire dienst. Die mocht hij aanvankelijk vervullen op relatief veilige plekken ver van het front. Dat veranderde na de officiersopleiding die hij met succes afrondde.


Al bij zijn eerste gevechtsmissie, slechts tweeëneenhalve maand voordat de oorlog eindigde, sneuvelde luitenant Cecil Patrick Healy bij de slag om Mont St. Quentin. Hij had vrouw noch kinderen, is begraven op een ereveld ver van zijn vaderland. Maar Cecil ligt ten minste tussen zijn maten, en is niet vergeten.

 

 

LINA RADKE EN KINUE HITOMI 1928

Voor de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam werd voor het eerst atletiek voor vrouwen geprogrammeerd. Dat was overigens slechts op een beperkt aantal onderdelen, er waren nogal wat tegenstanders. De Duitse atlete Lina Radke – Batschauer won goud op de 800 meter. Het zou het hoogtepunt zijn in haar sportloopbaan. Helaas verloor zij haar medaille toen zij in 1945 als 'Heimatvertriebene' van Breslau (nu Wroclaw in Polen) gedwongen naar Torgau moest verhuizen. De medaille dook elf jaar later echter op in Keulen en door tussenkomst van het Olympisch comité van de DDR kwam het kleinood weer terug bij de rechtmatige eigenaar.

 

Op de foto is Lina te zien tijdens de winnende race, op de hielen gezeten door de Japanse Kinue Hitomi die zilver zou winnen. Kinue was de allereerste Aziatische in welke sport dan ook die aan de Spelen deelnam. Zij veroverde de allereerste Japanse Olympische medaille ooit. Had zij kunnen meedoen aan de 100 meter en het verspringen, die niet op het rooster stonden, dan was het beslist goud geweest. Ze liep de 800 meter voor het eerst in Amsterdam. De in eigen land immens populaire Japanse stierf drie jaar later in een ziekenhuis in Osaka aan een longonsteking.

 

Het is een wonder dat het stadion waar geschiedenis werd geschreven er nog staat. Gemeentelijke bestuurders zonder historisch besef wilden het namelijk slopen. Het zou het eerste Olympisch stadion ter wereld zijn dat onder de slopershamer zou vallen. Een groepje waakzame burgers wist dat gelukkig te voorkomen. Hulde aan die wakkere Amsterdammers.

 

 

RAYMOND JOVAL 1992

De 28-jarige Almeloër Peter Müllenberg is de eerste Nederlandse bokser sinds 24 jaar die op de Olympische Spelen zal uitkomen. Terecht dat de gedachten daarom uitgaan naar Arnold Vanderlyde die in 1992 in Barcelona brons won en naar Ohran Delibas die zilver veroverde.

 

Onterecht dat de media zwijgen over Raymond Joval. Waarschijnlijk omdat hij niet op de medaillelijst staat van Barcelona. Dat was verre van zijn eigen schuld. De sympathieke Surinaamse Amsterdammer (geboren in Den Haag, dat wel) was in topvorm en veegde in zijn eerste kamp tegenstander Likou Alu (West Samoa) van de vloer. Hetzelfde recept volgde in de tweede match tegen de Algerijn Ahmed Dine. Ten minste dat constateerde ieder die het zag, kenner en leek, voor- en tegenstander. Maar de jury was op zijn minst volsterrkt incapabel of op zijn slechtst gewoon omgekocht. Want toen de laatste bel was gegaan, besloot zij onder een oorverdovend boegeroep de verliezer tot winnaar uit te roepen. Vreselijk te moeten aanschouwen hoe een topsporter onrecht wordt aangedaan.

 

Raymond 'Haleluja' Joval zette na de Spelen zijn loopbaan voort als prof en werd wereldkampioen. Ik kan me als de dag van gisteren herinneren hoe hij vlak na het behalen van de wereldtitel als toeschouwer van een play-off basketballwedstrijd de Apollohal in zijn thuisstad binnenkuierde. Met de kampioensbelt boven het hoofd geheven, kwam hij de Astronauts een hart onder de riem steken. Uiteraard ontving hij een staande heldenovatie van het Amsterdamse basketballpubliek dat niet was vergeten hoe hij was bestolen in Barcelona.

 

DUKE KAHANAMOKU 1932

De Olympische Spelen van 1932 in Los Angeles gingen gebukt onder de wereldwijde economische crisis die aan het uitbreken was. Slechts de helft van het aantal deelnemers van vier jaar daarvoor in Amsterdam nam deel. Het hockeytoernooi kende bijvoorbeeld maar drie deelnemende landen, die dus alle drie in de medailles zouden vallen.

 

Een 42-jarige reserve-waterpoloër van de Amerikaanse delegatie was een van de populairste gasten in het Olympisch dorp. We zien hem hier bij aankomst temidden van de bagage. Waarom die aandacht? Duke Paoa Kahinu Mokoe Hulikohola Kahanamoku uit Hawaii was anders dan men zou vermoeden niet van adel. Duke was gewoon zijn voornaam, wel was hij van van sportadel. Al in 1912 debuteerde hij op de Olympische Spelen in Stockholm waar hij goud won op de 100 meter vrije slag. Vier jaar later herhaalde hij die prestatie in Antwerpen. In 1924 in Parijs was het zilver. Overigens geen schande om het goud te laten aan Tarzan, Johnny Weissmuller, die na de Spelen van 1928 in Amsterdam aan zijn filmcarrière begon.

 

Kahanamoku kwam ook in de filmindustrie terecht, al was het slechts als figurant in meerdere films op en om Hawai gesitueerd. In het dagelijks leven was hij sherrif. Maar het mooiste komt nog. Duke Paoa Kahinu Mokoe Hulikohola Kahanamoku was persoonlijk verantwoordelijk voor de revival van een eeuwenoude Hawaiaanse bezigheid. Jullie kennen het misschien wel, wordt ook beoefend aan de Haagse kust: surfen.

 

De Olympische en surflegende overleed in1968 op 72-jarige leeftijd na een hartaanval. Zijn as werd verstrooid in de oceaan bij Hawaii terwijl lokale jongens bekende liederen zongen als 'Aloa é'. Op Waikiki Beach staat tegenwoordig een bronzen beeld van hem, met surfplank.

 

NAWAL EL MOUTAWAKEL 1984

Herinneren jullie de vorige Olympische Spelen nog, in 2012 in Londen? Voor het eerst deed er een atlete mee uit Saudie Arabië. Op de 800 meter droeg Sarah Attar ondanks het stralende weer een trainingspak en hoofddoek en vertederd keken we toe hoe ze drie seconden na de voorlaatste loper eindigde in haar race. Ach, ze deed ten minste mee, deelnemen is belangrijker dan winnen, zou je zalvend kunnen zeggen. Maar met topsport had het niks te maken. Het kan ook anders.

 

Neem Nawal el Moutawakel. De enige vrouw die Marokko vertegenwoordigde op de Spelen van Los Angeles in 1984. En hoe. Op de 400 meter horden liet zij haar tegenstanders ver achter zich en veroverde het eerste goud ooit voor Marokko en ook het eerste goud voor een Afrikaanse en moslimvrouw ooit. Zij deed een ereronde met de Marokkaanse vlag in de hand, en in de straten van Casablanca, haar geboorteplaats, dansten de mensen op dat moment diep in de nacht.

 

Een slepende blessure zorgde ervoor dat ze haar spikes enige jaren na de Spelen in de wilgen hing. Ze bleef actief in de sport. In 1993 begon zij in Casablanca met 'Courir pour le plaisir', een loop over 5 km voor vrouwen, die sindsdien is uitgegroeid tot de grootste wedstrijd voor vrouwen in een islamitisch land, met zo'n 30.000 deelneemsters. Ook werd ze lid van het IOC. Nawad el Moutakawel schopte het zelfs tot minister van Jeugd en Sport van Marokko.


Ze had in een omgeving van strenge religie en halsstarrige traditie niet altijd de wind mee. Toch boekte zij grote successen, waarover zij eens heeft gezegd: 'Mijn atletische prestatie haalde ik op de 400 meter horden, dat is een metafoor gebleken voor mijn leven. Je moet horden slechten en maar door blijven rennen.'
 

 

MICKEY MOUSE 1932

Olympisch zwemmen en de filmindustrie vormen een vruchtbare combinatie. Viervoudig Olympisch deelnemer Duke Kahanamoku (onder meer goud in 1912 en 1920) figureerde in bijna dertig speelfilms. Johnny Weissmuller (onder meer goud in 1924 en 1928) sprong zo van het Olympisch bad in de lianen van het jungledecor in een Hollywoodstudio. Hij werd Tarzan, en zijn zwemmaatje Buster Crabbe (brons in 1928, goud in 1932), speelde alledrie voornaamste comicshelden van de jaren dertig, zowel Flash Gordon, Buck Rogers als Tarzan.

 

Zwemmer Esther Williams zou deelnemen aan de Spelen van 1940, maar toen brak de Tweede Wereldoorlog uit. Haar Spelen gingen niet door. In en na de oorlog ontpopte zij zich bij MGM tot wereldberoemd glamouractrice. En hebben jullie wel eens gehoord van Carlo Pedersoll? Hij kwam uit voor de zwemploeg van Italië op de Spelen van 1952 en 1956. Misschien kennen jullie zijn filmnaam beter: Bud Spencer. Ja, die baardige dikzak was ooit een afgetraind Olympiër.

 

Er zijn uiteraard films gemaakt waarin de Olympische Spelen prominent voorkomen. Olympia (1938) is de door het fascisme geïnspireerde en uitgevoerde filmdocumentaire in twee delen over de Olympische Spelen in Berlijn geschoten door Leni Riefenstahl. Op dezelfde Spelen zien we de zoon van detective Charlie Chan (zogenaamd) naar een gouden medaille zwemmen (Charlie Chan at the Olympics, 1937). Burt Lancaster speelt de Olympische held in Jim Thorpe - All American (1951). In Chariots of Fire (1981) maken de hoofdrolspelers zich op voor de Olympische Spelen van 1924. En Prefontaine (1997) gaat over de gelijknamige loper die in München 1972 net naast de medailles grijpt op de 5000 meter.

 

De beste Olympische film, in mijn ogen dan, duurt zeven minuten en acht seconden en komt uit de studios van Walt Disney. In Barnyard Olympics (1932) gaat de held Mickey Mouse een spannende soort steeple chase aan met allerlei interessante tegenstanders. Grootste concurrent is de valsspelende Pete (the cat). Mickey wordt verzorgd door Horace Horsecollar en aangemoedigd door Minnie Mouse en Clarabelle Cow. Bekijk de film op YouTube. Let the Games begin!

 

 

 

Herman Keppy is de zoon van een Nederlandse moeder en een Molukse vader. Hij geeft regelmatig lezingen, publiceert in diverse media en heeft meegewerkt aan meerdere boekpublicaties. Van eigen hand zijn vier boeken verschenen: De laatste inlandse schepelingen, Tussen Ambon en Amsterdam, Flat River Flamingo en Pendek.

 

Meer...